Noord 46

Bron: Boek monumenten in de Gemeente Hardenberg auteurs: E. Wolbink en A.C.A. Pullen

Villa Eikenoord – gemeentelijk monument –

Klik op titels met een + ervoor voor het gehele artikel!

Stijlkenmerken en architectonische elementen.

De villa is architectuurhistorisch waardevol als een gaaf bewaard voorbeeld van een negentiende eeuwse monumentale villa met een symmetrische en heldere opbouw in plattegrond en gevel, met heldere proporties en bescheiden decoratieschema. Het pand heeft cultuurhistorische en landschappelijke waarde vanwege de oorspronkelijke functie als verveners woning en situering aan de Dedemsvaartseweg. Het is gebouwd in een rustieke bouwtrant en wordt omringd door een grote tuin met monumentale bomen. Het pand is  wit gestuukt en kent een hoog opgaand middenrisaliet van drie bouwlagen onder overstekend zadeldak en zijvolumes van twee lagen met lessenaarsdaken. De dakranden zijn voorzien van houten siersnijwerk en gesneden windveren. Het middenrisaliet heeft een balkon op de begane grond en op de eerste verdieping. De toegang tot het balkon is via dubbele deuren. De vensters hebben roedenverdeling, sierlijsten en getoogde bovendorpels. De tweede verdieping heeft een samengesteld kozijn. Links en rechts op het dak zijn gedecoreerde schoorstenen. De zijvolumes hebben een verdieping, met vensters die geflankeerd worden door persiennes (één ontbreekt). De achterzijde heeft een eenvoudiger, gelijkvormige indeling en dubbele inrijdeuren. Onder de vensters van de verdieping bevindt zich een profiellijst en de vensters zijn ook hier van persiennes.

De stichting van Eikenoord.

Aanvankelijk werd bij de inventarisatie van de panden deze verveners woning gedateerd aan het begin van de twintigste eeuw, zo rond 1910. Uit archiefonderzoek bleek echter dat de woning bijna een halve eeuw ouder is. Reeds in 1869 werd de woning gebouwd – ter vervanging van een andere op dezelfde plek – door de eigenaar Carel Piek. Deze vervenersbaas had vele bezittingen in de gemeente Ambt Hardenberg. Even voor de herbouw van het pand kreeg Carel door boedelscheiding de bezittingen van zijn vader in onze gemeente ‘op naam’. Carels beroep was volgens het kadaster ‘oeconoom’ (handelswetenschapper). Carel Piek was op 5 september 1834 geboren in het Zuid-Hollandse Oudshoorn, als zoon van Stephanus Piek en Gesiena Wesseling. In 1869 was hij te Noordwijk gehuwd met Johanna Cecilia Annette Jongkindt Coninck en na haar overlijden hertrouwde hij in 1889 te Rotterdam met Johanna Charlotte Wilhelmina Pluygers. Op 3 oktober 1891 werd te villa Eikenoord hun enige dochter, Aleida Margaretha geboren.

Wetenswaardigheden betreffende Carel Piek, nr. 46 Destijds P 39 en later P 29.

Info via Hein van Dijk:

Zijn vrouw, Johanna Cecilia Annette Jongkindt Coninck, overleed op 13-10-1883 in Lutten a/d Dedemsvaart. Haar overlijden werd aangegeven door haar broer Albertus Marinus Catharinus Jongkindt Conick, boomkweker te Avereest en Paulus van der Elst, beroepen: grondeigenaar, landhuishoudkundige, kweker ook te Avereest. Paulus van der Elst was de zwager van Carel Piek, hij was getrouwd met Cornelia Johanna Cecilia Jongkindt Coninck. Carel Piek stond op 1 december 1869 ingeschreven onder Ambt Hardenberg. In het bevolkingsregister van 1870-1879 staat vermeld dat hij een dienstmeid had. Zij heette Trijntje Splinter, geb. 29-03-1845 te Nieuwkoop (Z.H.)

Ook heeft van 26-06-1876 tot 08-05-1877 Gerritdina Boon er als dienstmeid gewerkt. Zij kwam uit Meppel en vertrok vanuit Lutten naar Avereest waar zij op 25-05-1877 trouwde met de bakker Johannes Theodoor van Engen. Zij was toen 37 jaar oud. Op 06-03-1879 werd Hernoldus Joseph van der Sluis ingeschreven als dienstknecht bij Carel Piek. Hij is geboren op 17-04-1857 en kwam uit Vledder en was toen bijna 22 jaar oud. Carel Piek had daarvoor een advertentie geplaatst voor een tuinknecht.

Op 18 juli 1883 nam Carel Piek zijn benoeming tot lid van de gemeenteraad van Ambt Hardenberg aan.

Na zijn lidmaatschap van de gemeenteraad van Ambt Hardenberg, was Carel Piek van 1884 tot 1901 lid van de provinciale staten van Overijssel; zelfs bracht hij het tot de eerste uit de gemeente Ambt Hardenberg afkomstige gedeputeerde. Hij overleed op 28 augustus 1910 in ‘s- Gravenhage. Het gezin Piek bewoonde de villa, destijds bekend als huisnummer P-44 (later P-29) tot 28 april 1904, toen ze vertrokken naar ‘s-Gravenhage.

Fotoalbum villa Eikenoord.

Prins van Wijngaarden

Hierna verhuurden zij hun villa aan de heer Jan Prins van Wijngaarden, directeur van een der grootste baggermaatschappijen van ons land. Deze was afkomstig uit Sliedrecht en had een groot karwei onder handen, namelijk de kanalisatie van de Vecht. In die dagen was hij de eerste in onze streek die een echte auto bezat. Hij liet zijn ‘Renault’ uit 1913 besturen door Derk Jan van Faassen. Zo reden ze langs de waterwegen om de werkzaamheden gade te slaan. Later werd een ‘Berliet’ de auto waarin vele kilometers werden afgelegd.  Op 2 november 1915 verhuisde het gezin Prins van Wijngaarden naar de gemeente Hattem.

Foto

Aanvulling Prins van Wijngaarden

Aanvulling door Hein van Dijk

Jan Prins van Wijngaarden, geboren d.d. 07-08-1867, was de zoon van Pieter van Wijngaarden en Bastiana Adriana Prins. Hij is geboren in Sliedrecht. Hij trouwde in 1893 met Jacoba Barbera van Asch. Jacoba Barbera van Asch werd geboren op 22-08-1866 in Culemborg. Zij kregen twee kinderen t.w.:  een zoon Ariën, geboren op 02-09-1897 en dochter Bastiana Adriana, geboren op 16-04-1903. Een jaar later verhuisde het gezin van Sliedrecht naar Lutten a/d Dedemsvaart. Op 18 mei 1904 werden zij ingeschreven in Ambt Hardenberg op het adres P29. Op 1 januari 1910 stond Jan Prins van Wijngaarden met zijn vrouw en dochter Bastiana in Ambt Hardenberg ingeschreven op het adres P33. Het adres P29 was inmiddels omgenummerd naar P33. Ook de dienstbode Cornelia den Hartog, geboren op 01-10-1889 in Culemborg, woonde op P33. Zij vertrok op 3 juni 1914 naar Ambt Ommen. Drie weken later werd de zoon Ariën van Jan Prins van Wijngaarden vanuit Coevorden ingeschreven in Ambt Hardenberg op 24 juni 1914. Op 31 maart 1915 werd het gezin in Ambt Hardenberg uitgeschreven en vertrokken toen naar Hattem.

Autoalbum

Ansicht villa


Oude ansichtkaart van de villa Eikenoord. Zoals je op de foto kunt zien, werd de kaart in 1905 verstuurd door JPvW ofwel Jan Prins van Wijngaarden, van 1904 tot 1915 bewoner van Eikenoord. Met groet, Hans Lägers

In datzelfde jaar 1915 verkocht de familie Piek ‘Villa Eikenoord’, ofwel huisnr. P-39, aan de heer Johan Gerhard Meijer uit Apeldoorn. Samen met zijn vrouw Riemke Rozema bewoonde hij het pand tot 23 april 1917, de dag waarop zij verhuisden naar Dantumawoude. Ze hadden hun villa verkocht aan Aris Pieter Willem Kraan, gemeentesecretaris te Hoogkerk, welke de woning een jaar daarna reeds van de hand deed. De nieuwe eigenaar is dan de – in onze streken – zeer bekende persoon van Eppo Mulder, directeur van de aardappelmeelfabriek ‘De Baanbreker’ in Lutten.

Na het vertrek van Meijer werd de woning van 2 november 1917 tot 22 april 1920 bewoond door het echtpaar Gerrit Zandbergen en Gezina Altena uit Avereest. Gerrit was werkzaam als arbeider bij ‘De Baanbreker’

Eikenoord wordt dokterswoning.

Uit het archief van de gemeente Ambt Hardenberg blijkt vervolgens dat in augustus 1921 het verkoopcontract werd getekend, waarbij ‘Eikenoord’ door Eppo Mulder verkocht werd aan de gemeente Ambt Hardenberg (burgemeester Hermann Heinrich Weitkamp en gemeentesecretaris Bauke Alberts Schuite), ter uitvoering van een raadsbesluit van 12 april 1921. De prijs bedroeg f. 7500,- De woning werd verhuurd aan de geneesheren die in dienst waren van de gemeente. De eerste dokter die Eikenoord bewoonde was Daniël Jacobus Griffijn, geboren op 9 oktober 1871 in Rotterdam als zoon van landmeter Evert Jan Grijffijn en echtgenote Jacoba van Uye. Sinds 1901 was Griffijn werkzaam in de gemeente Ambt Hardenberg. Bij raadsbesluit van 8 december 1922 werd Eikenoord aan hem verhuurd, voor een huursom van f. 816,- per jaar. Hij huurde zeven jaren en verliet de gemeente op 21 mei 1930, om zich als gepensioneerde te vestigen in de gemeente Zeist. Dokter Griffijn overleed, ongehuwd, op 12 mei 1940 aan de Platolaan 12.

Wij hadden als tekst bij deze foto staan dat dit Dr. Cysouw uit Lutten was. Hierop kregen wij volgend bericht en foto waarvoor dank.

Toevoeging Dries Bouwhuis:

Bij huis no. 46 staat tekst en foto van Dr Cysouw uit Lutten. Volgens mij is dit dr Griffijn toen hij 25 jaar arts was want daar heb ik een kranteknipsel van met de zelfde foto gedateerd: 2 – 4 – 1926

Kort voor het vertrek van Griffijn was de nieuwe dokter, Hendrik Adriaan Cysouw reeds uit Maastricht naar Lutten gekomen. De dokter was geboren te Nieuwvliet. Samen met zijn vrouw Catharina Maria Risseeuw bewoonde hij de gemeentewoning. Het werkzaam leven van de jonge dokter was van korte duur. Hij overleed als gevolg van een ernstig auto-ongeluk waarbij hij verdronk in de Krimvaart.

Rouwadvertenties

In het Salland’s Volksblad werd verslag gedaan:

Verslag Sallands Volksblad

‘Lutten’. Een ontzettend ongeluk heeft op den avond voor Kerstmis plaats gehad. Terwijl de menschen innerlijk verheugd zich voorbereidden voor de viering van het Kerstfeest, ging in den vooravond de droevige mare door ons dorp en zijn omgeving, dat de geneesheer dr. Hendrik Adriaan Cysouw was verdronken, doordat hij met zijn auto tengevolge van de gladheid in de diepe en steile Krimvaart was gereden. De verslagenheid die zich van zijn plaatsgenooten en patiënten meester maakte, laat zich niet beschrijven. Velen, die nog nimmer met hem in aanraking waren gekomen, die hem slechts aleen van aanzicht kenden, waren evenzeer ontroerd als de patiënten die door den uiterst bekwamen jongen arts werden behandeld. Want in enkele maanden dat dr. Cysouw hier werkzaam was als opvolger van dr. Griffijn, die de praktijk had neergelegd, had hij zich den naam van een zeer bekwaam medicus verworven, terwijl hij als persoon algemeen bemind werd. Nog slechts ruim een half jaar geleden gepromoveerd – nog slechts een half jaar geleden gehuwd met mej. Riseeuw, ver van zijn woonplaats, van zijn ouders en zuster om het leven gekomen bij de uitoefening van zijn arbeid die de liefde van zijn hart had – het is wel zeer droevig. Toen het ongeluk bekend werd, snelde men van alle kanten toe om hulp te verleenen, maar het baatte niet meer – de artsen van Dedemsvaart, Ruys en Arps, dr. Jagher van De Krim en dr. Griffijn van Zeist, tijdelijk te Hardenberg, konden geen hoop meer geven. Later vernamen we nog, dat de heer Cysouw een zijweg heeft willen inslaan, waarschijnlijk de bocht te groot heeft genomen, waardoor de auto over de gladde tramrails is gegleden en in de Krimvaart terecht kwam, waarbij hij over den kop sloeg. De uit den polder komende tram stopte ter plaatse van het ongeluk en van personeelszijde trachtte men den inzittende van de auto te redden, wat niet gelukte. Daarop reed de tram naar Slagharen, om de aandacht te trekken oorverdoovend fluitend. Met een bokschuit als hulpmiddel gelukte het den dokter uit de autote bevrijden. Hij had een groote hoofdwonde en andere fracturen. De overledene was 28 jaar oud en is maandag begraven te Zuidzande in Zeeland. De practijk wordt voorloopig waargenomen door een neef van wijlen dr. Cysouw. Moge de Heere de bedroefde familie troosten’.

Op navraag bij de gemeente Oostburg bleek dat het graf van dokter Cysouw reeds jaren geleden was geruimd. Op 24 april 1931 verliet weduwe Cysouw-Risseeuw de dokterswoning. Ze vestigde zich in Groede (Zeeland).

Dokter Gouwe.

In het persoonsdossierarchief van de gemeente Hardenberg is het dossier bewaard gebleven van de nieuwe dokter, Willem Frederik Karel Gouwe. Op 4 maart 1931 schrijft hij vanuit Zandvoort:

‘Edelachtbare Heeren. Hierbij deel ik U beleefd mede dat ik met mevrouw weduwe Cysouw tot overeenstemming ben gekomen betreffende het overnemen van de geneeskundige praktijk enz. te Lutten. Ik verzoek U daarom in de plaats van wijlen dr. Cysouw benoemd te worden tot gemeentegeneesheer voor het noordelijk gedeelte van de gemeente Ambt Hardenberg, op dezelfde voorwaarden, terwijl ik tevens verzoek de ambtswoning ‘Eikenoord’ te Lutten, tegen dezelfde huur van de gemeente te mogen huren. Ik hoop op 26 maart definitief te Lutten te komen.’

 Bij raadsbesluit van 17 april 1931 werd dokter Gouwe benoemd tot gemeentegeneesheer.

W.F.K Gouwe

Willem Frederik Karel (Frits) Gouwe werd op 8 augustus 1898 geboren in Middelburg als oudste van drie kinderen. Na hem volgden nog een zoon en een dochter. Zijn vader, niet sterk, was administrateur van het militair hospitaal. Hij stierf op de eerste verjaardag van zijn dochter in 1906, slechts 34 jaar oud. Frits was toen 7 jaar. De familie woonde inmiddels in Utrecht, waar hij de lagere school volgde. Zoals dat in die tijd ging, werden beide broers na de lagere school voor een goede opvoeding uit huis geplaatst in gezinnen, waar ook een ‘vader’ was. Dit werd Alkmaar. Hier werd de middelbare school doorlopen en met grote belangstelling en liefde voor de natuur trok hij er ieder vrij moment op uit. Hierdoor leerde hij iedere plant, bloem, boom en vogel kennen. In Utrecht studeerde hij medicijnen en studeerde af in Groningen op 15 juni 1922.

Hij trouwde op 22 juli van datzelfde jaar met Johanna Vermeulen en begon te praktiseren in Woerden, waar zoon Hans Erik in 1923 het levenslicht zag. Dochter Elze Frieda kwam in 1925 in Ruinen ter wereld, gevolgd door Agnes in 1926 te Veere. Dit dynamische, avontuurlijke gezin scheepte zich op 4 januari 1927 in om naar Nederlands Indië te gaan, waar vader Frits vier jaren werkte als gouvernementsarts. Eenmaal terug in Nederland, streek de familie in april 1931 neer in Lutten aan de Dedemsvaart, in huize ‘Eikenoord’. In 1936 vroeg dokter Gouwe aan het gemeentebestuur om verbeteringen aan zijn woning aan te brengen. Deze ging hier echter niet op in, zodat Gouwe uiteindelijk besloot om een bod te doen op het perceel van f. 5.500,- vrij op naam, ‘wat zeker aanzienlijk boven de waarde bij publieke verkoop is, gezien de verwaarloosde toestand waarin het verkeert’. Overwegende dat de bewuste woning zeer oud is en in een zeer slechte toestand en dat de kosten van de meest noodzakelijke verbeteringen worden geraamd op 1500 tot 2000 gulden, werd het verzoek van dokter Gouwe door de gemeenteraad gehonoreerd. Villa Eikenoord, dan bekend als huisnr. P-35, kadastraal bekend als sectie L nr. 4003, ging voor f. 5.000,- over in handen van dokter Gouwe, ingaand 1 november 1936

Dokter Gouwe hechtte zich, met veel ervaring, een brede belangstelling en serieuze liefde voor zijn vak, aan de Luttense gemeenschap, waar hij tot zijn dood zou blijven. Zijn taak was zeer veelzijdig. Hij was niet alleen dokter, maar hij trok ook kiezen en deed zelfs wel eens een kleine operatie. Verder was hij vertrouwensman op maatschappelijk gebied. In Lutten kwamen er nog twee dochters bij; in 1932 Ingeborg Maria en twee jaar later Judith Marlene. Met zijn grote belangstelling voor alles wat de natuur biedt, ging Gouwe zich verdiepen in kruiden en mineralen ten behoeve van de gezonde mens, en in het kweken van gezond voedsel. Hij wist Osiris-graan te bemachtigen en een landbouwer bereid om dit gewas te verbouwen. Vervolgens bakte Klaas Nijhuis het tot brood. Gouwe werd een waar tegenstander van kunstmest, omdat het de bodem zou gaan verontreinigen en verarmen. Zijn stelling luide, ‘zoals de bodem is, zal het volk zijn’. Ook archeologisch en historisch was Frits Gouwe actief. Samen met Klaas Jongsma, Roelof Bakker en dichter Hendrik van Laar richtte hij de Oudheidkamer Hardenberg op. Samen met Van Laar nam hij deel aan een dialectwerkgroep.

Bijlagen:

Familiealbum

Na zijn patiëntenbezoek wandelde hij dagelijks voor zijn eigen welzijn, zeker een uur door de omgeving, waarbij dan vaak iets gevonden werd of ontdekt, zoals vuurstenen bijlen in de Pieperij of botten van de oeros bij de oorsprong van de Reest en stenen werktuigen op de linker Vechtoever ten zuiden van de Rheezerbelten. Dokter Gouwe was uiterst kundig en hij werd geroemd om zijn zeer goed diagnostisch inzicht; zeker bij de specialisten van de ziekenhuizen. Hij bleef eenvoudig, eiste weinig voor zichzelf, leefde uiterst sober en bleef studeren tot hij zijn ogen sloot. Jammer was het, dat hij een moeilijk karakter had, wat met de jaren verergerde. In de Tweede Wereldoorlog (hij diende ook al in de Eerste Wereldoorlog) kwam er veel TBC voor in zijn grote praktijk, die niet alleen Lutten behelsde, maar ook Drogteropslagen, Linde, Slagharen, Schuinesloot, Keiendorp, Oud-Lutten, Rheeze en Rheezerveen, Sluis 6 en Sluis 7 en niet te vergeten de vele binnenvaartschippers uit het gehele land die voor hem als dokter aanmeerden. Een verdrietig aantal van hen stierf, waar hij zelf erg onder leed. Talloze kuurtenten of huisjes kon je zien naast huizen en boerderijen waarin de zieken in de buitenlucht lagen. In die tijd waren rust en goed eten hèt medicijn. De Duitsers waren bang voor besmetting. Deze nare, zorgwekkende situatie greep dokter Gouwe aan door de mannen die naar Duitsland zouden worden gestuurd, een TBC-verklaring te geven. Zo voorkwam hij dat er uit zijn praktijk, voor zover bekend, niemand naar Duitsland ging. De oorlog bracht hem zelf een enorme slag, toen zijn enige zoon Hans Erik Gouwe in september 1944 werd gefusilleerd. Dit terwijl hij zelf, na Amersfoort, St. Michielsgestel en Mühlhausen gevangen werd gezet in het Duitse kamp Neu Brandenburg.

Bijlagen:

Johanna Gouwe-Vermeulen

Johanna Gouwe-Vermeulen werd na de oorlog geëerd met een Franse onderscheiding voor haar onbaatzuchtige medewerking om geallieerde soldaten uit handen te houden van de vijand en te zorgen voor veilige vluchtwegen naar de vrijheid. De onderscheiding is ondertekend door generaal Charles de Gaulle.

Zelf overleefde hij de oorlog, maar het huwelijk liep fout. Uit zijn tweede huwelijk met Hendrika ten Have werden nog drie kinderen geboren: Asta Marita Dorothea, Willem Frederik George Lodewijk en Willem Frederik. Het werd een zelfgekozen, doch niet gemakkelijke periode in zijn boeiend leven.

Gouwe ten Have

Op 25 september 1962 stierf hij na een hersenbloeding in het Röpcke-Zweers ziekenhuis in Hardenberg. Dokter Gouwe werd begraven op het kerkhof in Lutten. Eind twintigste eeuw is een expositieruimte in de Oudheidkamer omgedoopt tot: ‘Dokter Gouwezaal’

Bijlagen:


De laatste decennia.

In de tachtiger jaren van de twintigste eeuw was ‘Villa Eikenoord’ het onderkomen voor een afkickcentrum voor drugsverslaafden. De stichting ‘Srefidensie’ huurde het pand via een makelaar te Amsterdam. De eigenaar was niet bekend. Er werden maximaal 15 patiënten gehuisvest, in de leeftijd van 17 tot 30 jaar. De stichting paste de ‘cold turkey’-methode toe, wat betekent dat de drugsverslaafden behandeld werden zonder vervangende middelen als methadon. Wegens overlast in de buurt werden de werkzaamheden van de stichting al snel beëindigd. Verder heeft de villa onderdak geboden aan een kunstschilder die korte tijd later met de noorderzon vertrok, aan een slager en een kurkhandel. Daarna werd Eikenoord eigendom van S. en R. Beheer van de fam. Haverkort. Deze restaureerde de villa grondig. De familie Haverkort verhuisd naar Dedemsvaart en verkoopt de villa aan Erwin van Solingen die in één van de bijgebouwen zijn professie van tandarts uitoefende. De buurt schrikt op als Erwin in maart 2017 plotseling komt te overlijden. De villa wordt gekocht door projectontwikkelaar Bruins-Slot die het object begin 2019 weer verkocht aan de huidige eigenaren Henk Hamhuis en Hilda Veldhoen.

Henk en Hilda restaureerden de villa die daardoor weer de uitstraling van weleer kreeg die het pand verdient. Vanaf juli 2020 betrokken ze, samen met Bert Veldhoen, definitief villa ‘Eikenoord’.

Bijlagen:


IN MEMORIAM

Hans Erik Gouwe

Hans Erik Gouwe (geboren op 28 april 1923) had op 23 september 1944, samen met twee vrienden, Adriaan van Haeringen en Chris Bakker, de auto van de familie – een Ford – naar Zwartsluis gebracht.

De Duitsers waren bezig alle auto’s te vorderen. In Zwartsluis hadden de jongens de auto overgedragen aan het verzet. Daar hoorden ze dat de Mastenbroekerpolder onder water gezet was en ze besloten waar mogelijk boeren de helpende hand te bieden bij het redden van het vee. Thuis in Lutten had moeder bericht gekregen dat het nu wat later zou worden. Haar man, dokter Gouwe, verbleef op dat moment in kamp Neu Brandenburg in Duitsland. 

Terwijl de jongens terug fietsten naar huis, hadden enkele verzetslieden in Balkbrug het vuur geopend op een munitieschip, echter zonder enig effect. Gealarmeerde Duitsers arresteerden kort daarna het niets vermoedende drietal. Zij werden verdacht, gefouilleerd en meegenomen. Daar in Balkbrug, in het laantje van ‘t huis bij dr. Hartsuiker, werd Hans Erik van achteren neergeschoten. Zijn lichaam werd naar de openbare weg gesleept waar het ter afschrikking moest blijven liggen. De beide anderen werden meegenomen, Chris wist later nog te ontkomen, maar ook Adriaan is doodgeschoten. Direct na de moord op Hans Erik werd er huiszoeking gedaan in de dokterswoning in Lutten, gewelddadig, brutaal en intimiderend. Daarbij is ook Johannes Kosse uit Slagharen neergeschoten: hij kwam toevallig voorbij en trachtte te ontkomen. Mevrouw Gouwe legde de gebeurtenissen vast in een dagboek om haar man bij terugkeer uit Duitsland te kunnen laten lezen wat er precies was gebeurd.

Bron Historische projecten-Geheugen van Hardenberg

Op 23 september 1944 werd de 21-jarige Hans Erik Gouwe, ingezetene van Lutten aan de Dedemsvaart en zoon van de plaatselijke huisarts, wegens vermeende verzetsactiviteiten vermoord door Nederlandse SD’ers. In 1949 stond oorlogsmisdadiger Karel Lodewijk Diepgrond, de voormalige commandant van het concentratiekamp ‘Erica’ bij Ommen, terecht als verdachte van de moord. Diepgrond was in 1941 door de Duitsers aangesteld als kampbeheerder van Erica. Als gevolg van moord, mishandeling, ziekte en ondervoeding kwamen daar tussen 1942 en 1945 zeker 170 gevangenen om het leven. Diepgrond maakte ook deel uit van de zogeheten ‘knokploeg van Erika’, die vanaf september 1944 de wijde omgeving van Ommen terroriseerde. Bij deze razzia’s vielen ten minste negen dodelijke slachtoffers, onder wie Hans Erik Gouwe. In 1949 werd Diepgrond door het Bijzonder Gerechtshof in Arnhem tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar al in 1957 vervroegd vrijgelaten.

Een uitgebreide beschrijving van aanleiding, uitvoering en de wanstaltige vervolg acties op de moord van Hans Erik is te lezen in het boek van G. Heijink :

‘Met Onvergetelijke Moed’

Fotoalbum.

A. Roland Holst

DE PLOEGER

Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren, ik sta in uwen dienst zonder bezit. Maar ik ben rijk in dit: dat ik den ploeg van uw woord mag besturen, en dat gij mij hebt toegewezen dit afgelegen land en deze hoge landouwen, waar – als in het uur der schafte bij de paarden van mijn wil ik leun vermoeid en stil – de zee mij zichtbaar is zover ik tuur. Ik vraag maar een ding, kracht te dulden dit besef, dat ik geboren ben in ‘t najaar van een wereld en daarin sterven moet. Gij weet hoe, als de ritselende klacht van die voorbije schoonheid mij omdwerelt, weemoed mij talmen doet tot ik welhaast voor u verloren ben. Ik zal de halmen niet meer zien noch binden ooit de volle schoven, maar doe mij in den oogst geloven waarvoor ik dien… Opdat, nog in de laatste voor, ik weten mag dat mij uw doel verkoor te zijn een ernstig ploeger op de landen van een te worden schoonheid; eenzaam tegen der eigen liefde dalend avondrood – die ziet beneden aan den sprong der wegen de hoeve van zijn deemoed, en het branden der zachte lamp van een gelaten dood.

De 2 laatste strophen werden gesproken op de begrafenis van Hans Erik, september 1944.